OUTDOOR INSPIRATIE VIND JE HIEROutdoor Reistips

Ik hou zelf erg van fotograferen, maar het is en blijft lastig om mooie foto’s te maken in de sneeuw zonder die blauwe waas. De ANWB heeft een aantal praktische tips om wél mooie foto’s te maken met je spiegelreflexcamera tijdens je wintersporttrip:

1: Pas de ISO-waarde aan

De winter is niet synoniem met sneeuw. Vaak zijn de dagen grauw en grijs en fotografisch minder interessant. Voor díe dagen geldt, dat je succesvoller fotografeert met een hogere ISO-instelling dan op die zonovergoten zomerse (soms ook winter-) dagen. Ook de AUTO-ISO instelling kan zinvol zijn: deze kiest zèlf een passende waarde bij de helderheid en het diafragma.

Fotografie wintersport
Fotografie in de winter. Foto: Snowrepublic.nl

2: Kies voor beeldstabilisatie

Kom je desondanks aan wat langere belichtingstijden, dan helpt de optische beeldstabilisatie in het objectief, of in de camerabody (Pentax- en Sony spiegelreflexen) trillingsonscherpte te voorkomen. Heeft de camera geen stabilisator (Canon, Nikon, Sigma spiegelreflexen), dan zijn er gelukkig objectieven die dat wèl in zich hebben.

allerlei reportages, portretten, close-ups en details kun je ermee fotograferen zonder van lens te hoeven wisselen

Kies daarom het objectief met zorg uit, los van de camera. Een veelzijdig objectief (alles-in-één, mèt Optical Stabilizer) is bijvoorbeeld de Sigma 18-200 mm zoom. Dit objectief is speciaal ontwikkeld voor spiegelreflexcamera’s (DC-model) en het bestrijkt het hele groothoek- tot telegebied. Bijzonder is dat je er behoorlijk dichtbij mee kunt fotograferen; een object zo groot als een briefkaart neem je er beeldvullend mee op! Zo’n objectief wordt met recht ‘allroundzoom’ genoemd: allerlei reportages, portretten, close-ups en details kun je ermee fotograferen zonder van lens te hoeven wisselen. Dit vermindert de kans van stofjes op de sensor die de foto’s ontsieren.

3: Houd het histogram in de gaten

Maak je een opname met ‘veel wit’, dan heeft het meetsysteem de neiging deze foto’s donkerder te maken. Het meetsysteem is afgesteld op gemiddeld heldere onderwerpen. Op het cameradisplay kun je de belichting controleren aan de hand van een grafiek bij die opname: het histogram. Dit moet ‘naar rechts’ gevuld zijn, zie de voorbeelden bij dit artikel. Worden delen té wit, dan waarschuwt de camera (als je dit instelt) met een knipperen in zwart of rood bij de overbelichte delen; het ‘clippen’.

Fotograferen
Fotografie in de winter. Foto: Snowrepublic.nl

4: Meet het licht met je camera

Jíj bepaalt of het zo kan of niet (donkerder opnemen met een snellere sluitertijd of een kleiner diafragma, zoals F11 in plaats van F8). Je kunt de camera ook naar een gemiddeld helder deel richten, zoals een groepje mensen, die belichting vasthouden met de AEL toets achterop en dan de lens richten op het onderwerp in die zo witte sneeuw. Merk je, dat je steeds op dezelfde waarden uitkomt, zoals bijvoorbeeld een 1/350 seconde met F8, dan kun je ook de camera in de M-belichtingsstand zetten en onbekommerd door fotograferen. Let wel op lichtwisselingen of op lichtere of donkerder plekken.

5: Laat de camera je helpen

In de sneeuw zien mensen en dingen er zacht en licht uit. Geen wonder: we bevinden ons op een enorm groot, wit reflectiescherm en dan is flitsen niet nodig.

Fotografie in de sneeuw
Fotografie in de winter. Foto: Snowrepublic.nl

Nieuwe ontwikkelingen in de camera’s, die voor beter gedetailleerde opnames zorgen, zoals D-R (Sony), D-Lighting (Nikon), enzovoorts, brengen meer details in zowel sneeuw als donkere kleding. Benut dit dus!

6: Gebruik een krachtige flitser

Maar soms móet je gewoon (in)flitsen, zoals bij tegenlicht, of als er domweg te weinig licht is: binnen, of ’s avonds. Een krachtiger flitser, die afgestemd is op de elektronica in de camera, zoals de Sigma EF-530 DG modellen, biedt dan meer voordelen dan dat kleine opklapflitsertje op de camera. Het licht reikt veel verder en de kop is draaibaar waardoor we zachter via een witte muur of plafond kunnen ‘bouncen’. De witbalans van de camera kun je standaard op het flitspijl-icoontje zetten, als je (in)flitst. Voor de andere omstandigheden is de Automatische Wit Balans (AWB) prima.

7: Kruip dicht op je onderwerp

Een sprekende foto ontstaat als de kijker het gevoel heeft de gebeurtenissen mee te beleven, erbij te zijn, er midden in te zitten. Neem dus standaard dichterbij op; doe méér met die groothoek (18-mm stand), zeker bij reportages, zoals de wintersportactiviteiten.

Fotografie
Fotografie in de winter. Foto: Snowrepublic.nl

8: Kies voor een snelle sluitertijd

Zet de camera op de sport-/actiestand of ga uit van een snelle sluitertijd zoals een 1/500 seconde. Voor landschappen is die groothoek ook prima, maar ook kun je inzoomen op details. Voor close-ups (macro-stand op de camera) ga je dichterbij het object. Voor portretten neem je de portretstand en zet je het objectief globaal tussen de 50 (groepje) en 100 mm (één persoon dichtbij) zoomstand.

9: Oefenen!

Digitaal fotograferen is dóen. Steeds een beter standpunt opzoeken en innemen. Op rustige momenten kijk je op je display de opnamen terug. Duidelijke missers wis je, bij twijfel: laten staan en thuis op het veel grotere computer checken.

ADVERTENTIE
Voigt Travel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here