Salomon Wintersportkleding Salomon Ski

Een niet bestaand skigebied in Roemenië

Door: Mirte van Dijk. Foto’s: Thomas Bekker

We staren naar de gps. ‘Vehicule is off the map’ blinkt er op het scherm. Met een volgesneeuwde brug over een stuwmeer aan de linkerkant en een smalle bosweg vol met modderige kuilen aan de rechterkant is het gissen naar de juiste weg. Hoe is het mogelijk dat in dit onbegaanbare terrein een skigebied ligt? Reizen alle toeristen via deze kant? Hebben we een afslag gemist? Of zitten we echt helemaal in de verkeerde richting?

Off the map

Het is zeven uur in de ochtend als we onderaan de bergpas in de auto wakker worden. We zijn de avond ervoor vrij laat Roemenië binnengereden. Na ruim twee uur over een onverharde weg te hebben gehobbeld, het asfalt verdween direct na de grensovergang, waren we te bang om de tent in het onbekende donkere gebergte op te zetten. Dan maar nekpijn morgenochtend.

De Transalpina, zoals deze bergpas heet, is met een toppunt van ruim 2100 meter de hoogstgelegen weg van Roemenië en wordt ook wel ‘Devils Path’ genoemd. Het is de enige toegangsweg van Noord naar Zuid in het Parâng gebergte en zal ons naar het skigebied Transalpina Vidra in Vâlcea County moeten brengen. De wegen in Roemenië zijn slecht onderhouden, niet altijd te vinden of bestaan gewoonweg niet.

Transalpina is de hoogstgelegen weg van Roemenië en wordt ook wel ‘Devils Path’ genoemd

Hoewel het begin niet onderdoet voor een vernieuwde autoweg met bewegwijzering, houdt dat paradijs na ongeveer veertig kilometer op. Daar staan we dan. Onze TomTom heeft de moed op het vinden van het skigebied opgegeven en zelfs Google Maps heeft geen idee waar we zijn. We kijken vanuit de bus, die op een T-splitsing tussen brug en bosweg staat, met fijngeknepen ogen de verte in.
‘Rijdt daar een auto?’
‘Ja! Snel! Dan kunnen we de weg vragen!’
Het is een politieauto.
‘Transalpina Vidra?’ Zeggen we in ons beste Roemeense accent. Uit de reactie kunnen we opmaken dat de weg over de volgesneeuwde brug pas in mei weer begaanbaar is. Het enige alternatief blijkt over de onverharde weg terughobbelen te zijn en vervolgens moet je drie en een half uur omrijden om het dal te bereiken. Het is dan nog maar de vraag of we bij de liften kunen komen omdat er niemand is die de weg sneeuwvrij kan maken. Maar wat bedoelt hij toch steeds met Sureanu? Enfin, we bedanken hem hartelijk en stappen verward in onze bus.
‘Hebben jullie ook het gevoel dat hij het over een tweede skigebied had?’ hoor ik vanaf de achterbank.
‘Sureanu?’ vraag ik.
Iedereen knikt.
‘Zullen we het risico maar nemen?’
Iedereen knikt opnieuw. Ik start de motor en sla rechtsaf de smalle bosweg vol met modderige kuilen in. Alles beter dan vandaag weer terugrijden. Als we niks vinden kunnen we altijd morgen nog omkeren.

Bekeren of een misschien niet bestaand skigebied

De modderweg verandert in kiezel, de kiezel in zand. Oude sneeuwresten bedekken de kuilen en hobbels zodat onze snelheid daalt van 45 km/h naar 20 km/h. We slingeren al ruim een uur door het bos gestaag omhoog. Waar gaat deze weg in godsnaam heen? En alsof we het over de duivel hebben, maken de bomen plaats voor een weiland waar een tiental kleine houten hutjes gebouwd staan. In het midden staat een kerk. Het geheel is een fraai houtsnijwerkje.

De poort van het hek dat de boel omringd staat open en we besluiten een kijkje te nemen als gebedsliederen zachtjes door het open raam de bus binnendringen. Geheel onopgemerkt kunnen we er niet rondlopen. Logisch, want sneakers, beanies en jeans trekken nou eenmaal de aandacht onder de zwarte jurken. Orthodoxe Christenen nodigen ons uit voor eten en drinken, maar hoe welkom we ook zijn, we gaan liever op zoek naar een misschien wel niet bestaand skigebied dan dat we ons vandaag hals over kop bekeren.

Geen levende ziel te bekennen

‘Guys, de tank is bijna leeg.’ Het is inmiddels vier uur ’s middags, we hebben honger en zijn nu wel toe aan wat duidelijkheid. Nog geen half uur geleden zijn we een dorpje gepasseerd. Er was geen levende ziel te bekennen, maar we zagen drie richtingaanwijzers van drie verschillende 4-sterren hotels tussen de bomen staan. En waar hotels zijn, zijn toeristen. En de toeristen zijn hier misschien wel om te skiën! Het sneeuwdek is nu 40 centimeter dik en onze sneeuwkettingen maaien hun sporen bergopwaarts. Steil kun je het niet noemen, maar we merken dat de bus flink op zijn kwaliteiten getest wordt.
‘Kijk nou! Een hotel! Dat is het!’ Alsof we de Heilige Graal gevonden hadden liepen we enthousiast het hotel binnen voor een stevige, verlate lunch.

ja er is hier een skigebied, nee je kan hier niet pinnen, nee er is hier geen wifi, nee…ook geen telefoonaansluiting en nee al helemaal geen tankstation

Het hotel was enorm en er was welgeteld een persoon aanwezig, de gastheer. Onze vragen waren snel beantwoord: ja er is hier een skigebied, nee je kan hier niet pinnen, nee er is hier geen wifi, nee…ook geen telefoonaansluiting en nee al helemaal geen tankstation. Het ontbrak wat aan gastvrijheid en vriendelijkheid, dus gingen we op onderzoek uit. Het tweede hotel, Pensiunea Bellamy, bleek 200 meter verderop te liggen, het derde was nog niet af. De weg naar het skigebied was echter zo gevonden, er liep namelijk nog maar een bospad waar we nog niet gereden hadden. Vol verwachting klopt ons hart.

Een ontelbaar aantal afdalingen

‘Ik zie een sleeplift!’ Het klonk net zo bijzonder als ‘Ik zie een eenhoorn in regenboog kleuren!’ We vinden een piepklein hutje onderaan de lift. Op een stuk papier staat met pen de prijs van een dagpas geschreven, omgerekend blijkt het €19,20 te zijn. Ik moet op mijn knieën gaan zitten om door het raampje de juffrouw aan de andere kant aan te spreken. ‘Ik weet niet zeker of ze me begrijpt’ zeg ik tegen de rest. ‘Maar ik geloof dat ze niet zeker weet of het gebied morgen open is en een pistekaart heeft ze niet.’ We zijn een beetje verbaasd en besluiten op onderzoek uit te gaan in de ‘Aprèski Ada’, een bar hoger op de berg die nog de hele avond open is. Als we boven komen hebben we een in ieder geval beter zicht op het gebied. We zien het eindpunt van de sleeplift, van waaruit je beide kanten op kan. Sla je linksaf dan kom je bij de ‘Aprèski Ada, rechts leidt naar een stoeltjeslift waarvan de onderkant is ingesneeuwd. Pistes? We zien er twee. Aantal afdalingen? Ontelbaar. Er liggen talloze mogelijkheden voor ons uitgestrekt, van treeruns tot eenvoudige hikes, van open velden tot simpele couloirs. Het gebied kleurt roze in de ondergaande zon en we hebben het gevoel in een bonuslevel te zitten.

Roemenië
Roemenië. Foto: Thomas Bekker

Wanneer we de deur van de bar openen komt er een jonge husky hallo zeggen, ze loopt voorop en brengt ons naar binnen. We treffen vijf mensen aan die allemaal stoppen met praten en ons aanstaren. De stilte maakt al gauw plaats voor vriendelijk gelach als we ons realiseren dat deze ongemakkelijke situatie nergens voor nodig is. Ze heten ons hartelijk welkom, alsof we de eerste toeristen sinds lange tijd zijn. En dat blijkt ook enigszins te kloppen. Het bier vloeit rijkelijk en er wordt godzijdank Engels gesproken. Het personeel bestaat uit de kassajuffrouw, een barman, een pistebully-bestuurder, Timi (niemand weet wat hij precies doet) en een handjevol klusjesmannen. Ze wonen allemaal het hele seizoen in de Aprèski Ada.

Een van de mannen blijkt de eigenaar van het gebied te zijn, althans hij heeft het gebied uitgekozen, twee liften gekocht en daar vijf jaar geleden neergezet. Sinds vorig jaar staat er ook een derde lift, deze hebben we nog niet gezien omdat hij achter de Aprèski Ada staat. ‘Ik wilde graag tijdens het skien de zonsondergang kunnen zien’ vertelt hij. ‘Vorig jaar heeft de gemeente geld geroken en toestemming gegeven hotels te bouwen’ vervolgt de beste man ‘ze worden jammer genoeg alleen gerund door investeerders, die verwachten dat er volgend jaar meer toeristen deze kant op komen. Er worden namelijk vier extra liften gebouwd en volgende week komt er een telecombedrijf om palen neer te zetten. Het enige wat de gemeente nu nog moet doen is de weg asfalteren, maar dat vinden ze minder prioriteit hebben.’ We lachen.

Sneeuw als pizza’s

In Sureanu, Alba County, ligt sneeuw van december tot en met april, wat redelijk bijzonder is op een hoogte van net boven de 2000 meter. Als de bloemen naast de bosweg al beginnen te groeien, kan er nog een meter sneeuw in het skigebied vallen. Wij hoeven echter niet lang te wachten op deze meter vers, want de dag na aankomst valt het als pizza’s uit de hemel.

We zijn zo blij als kinderen in een snoepwinkel: een eigen skilift!

Als we bij het kaartjesloket aankomen zegt de kassajuffrouw eerst dat ze niet veel mensen verwachten vandaag en daarom de liften gesloten willen houden. Maar als ze onze teleurstelling ziet geeft ze ons een dagpas cadeau en roept tegen de klusjesman dat hij de sleeplift open moet doen. We zijn zo blij als kinderen in een snoepwinkel: een eigen skilift!
Na ruim drie uur non-stop gereden te hebben, klaart het weer enigszins op. ‘Denk je dat ze de stoeltjeslift open doen als we meehelpen met uitgraven?’ vraag ik. We lopen naar het lifthuisje en doen ons voorstel.

Op de parkeerplaats zien we drie auto’s aankomen, dat betekent dat er meer toeristen zullen zijn wat de kans op een geopende stoeltjeslift vergroot. De klusjesman lacht en zegt: ‘Oké.’ Slechts een uur later zitten we als eerste in de stoeltjeslift en hebben een uitzicht over een heel nieuw veld van waaruit je werkelijk waar alle kanten op kan toeren.

Terwijl we door de poeder afdalen en op zoek gaan naar nieuwe routes komt de jonge husky ons tegemoet gerend, net zo blij met de meter verse sneeuw als wij. De zeven net aangekomen toeristen horen we vanuit de stoeltjeslift juichen. We jodelen terug met de breedste glimlach mogelijk. Aan het einde van de dag zijn we doorweekt, doodmoe en gelukkig. Het welverdiende biertje drinken we dan ook samen met iedereen die die dag in het gebied aanwezig was, al luisterend naar elkaars verhalen.

Met de tent de berg op

Na een paar nachten in een van de sfeerloze hotels, besluiten we met de tent de berg op te gaan. We hebben een helling op het oog en hopen van de zonsopgang te kunnen genieten voor we de afdaling inzetten. Omdat de Aprèski Ada al als thuis voelt, zeggen we even gedag voor we omhoog hiken. ‘Zijn jullie goed voorbereid?’ We vertellen welke helling we willen doen en dat we ervaren freeriders zijn, ze hoeven zich dus geen zorgen te maken.

‘hier hoef je niet bang te zijn voor lawines. Wij hebben beren en wolven!’

De barman begint te lachen. ‘We zijn hier niet in de Alpen’ zegt hij ‘hier hoef je niet bang te zijn voor lawines. Wij hebben beren en wolven! En die zitten precies aan de kant van jullie afdaling!’ We zijn met stomheid geslagen en voelen ons een beetje knullig. Daar sta je dan met je airbag en lawinepieper. Alsof je daar een beer mee te lijf kan gaan.

We passen ons plan aan en brengen een ietwat onrustige, korte nacht door op de berg aangezien we een paar keer gewekt worden door het gehuil van de wolven. Het is dan ook pas acht uur ’s ochtends wanneer we uitgeput in de Aprèski Ada aanschuiven voor de koffie. Met nog een dag te gaan, nemen we al langzaam afscheid van dit fantastische land waar nog veel meer te ontdekken is.

We zijn diep onder de indruk van haar charme, gastvrijheid en cultuur. Precies uitleggen waar het skigebied ligt kunnen we pas als de gps het signaal oppikt, maar volg je de weg richting het onbekende dan vind je het avontuur vanzelf.


Lees hier meer bijzondere reisverhalen


 

win-actie
Casio winnen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here