De Aosta vallei ligt in het noordwesten van Italië, omringd door ruige en hoge bergen. Het is niet zo bekend bij het Nederlandse publiek, dat meestal denkt aan de Dolomieten als je begint over skiën in Italië. Niets ten nadele van de prachtige Dolomieten, maar de Aosta vallei heeft minstens net zoveel te bieden. Afgelopen twee zomers zijn we er ook geweest, maar nu gaan we Aosta al skiënd ontdekken.

Safari

De Aosta vallei loopt van Oost naar West, ligt direct onder Zwitserland en grenst aan de westkant aan Frankrijk. In de vallei vind je meerdere skistations, die elk heel verschillend zijn. In plaats van te kiezen voor één bestemming gaan we deze week een zogenaamde skisafari doen, wat in dit geval inhoudt dat we de vier grootste skigebieden gaan bezoeken: Monte Rosa ski, Cervinia, La Thuile en Courmayeur.

Dit eerste deel gaat over Champoluc en Cervinia, deel 2 gaat over La Thuile en Courmayeur. We overnachten in B&B’s, zodat we ’s ochtends lekker kunnen aanschuiven bij het ontbijt en ’s avonds vrij zijn om één van de vele lekkere restaurants uit te zoeken. Want in Italië ga je natuurlijk lekker uit eten. Altijd goed en het kost niet veel.

Champoluc – foto Aimee

Champoluc

Het Monte Rosa skigebied bestaat uit drie valleien met als bekendste plaatsen Champoluc, Gressoney en Alagna. Alagna ligt overigens in naastgelegen provincie Piemonte, maar vormt samen met de Aostaanse plaatsen Champoluc en Gressoney dus één groot skigebied. Onze basis gaat zijn Champoluc, een ontzettend leuk gezellig plaatsje achter in de Val d’Ayas. De rit ernaartoe is al een feestje. Echt authentiek Italië met soms smalle wegen en oude rustico’s langs de weg.

Champoluc is gezellig toeristisch. Het is opvallend dat we eigenlijk alleen maar Italiaanse kentekens zien en Italiaans horen. Dit is duidelijk geen Tirol! Wij logeren in Lo Miete Viei in het begin van het dorp. Het is vanaf daar ongeveer vijf minuutjes lopen richting de kabelbaan. Handig is dat je als gast je skispullen kunt achterlaten in een depot naast de lift, dus dat stukje wandelen kan op gewone schoenen zonder het slepen van je ski’s. Wij brengen onze ski’s en schoenen alvast daarheen, zodat we de volgende ochtend niet hoeven slepen.

Het dorp Champoluc met eenrichtingsverkeer – foto Aimee

Naast de lift zitten diverse aprés-ski barretjes en als onze skispullen veilig staan pakken wij nog snel met een Aperol Spritz de laatste zonnestralen mee op het terras. Na deze aperitivo lopen we terug naar het hotel om even lekker te douchen en te relaxen voordat we een hapje gaan eten.

Monterosa ski

De volgende ochtend zitten we vroeg bij het uitgebreide ontbijt omdat we zin hebben om te skiën! We zijn erg benieuwd naar de pistes omdat het al maanden niet gesneeuwd heeft. Dat is wel echt uitzonderlijk voor deze hoek van de Alpen, die normaal gesproken regelmatig een flinke dump krijgt te verwerken. Het schijnt dat er in 150 jaar (zolang het wordt bijgehouden) niet zo weinig sneeuw is gevallen als dit jaar. 

In de Dolomieten gebeurt dat wel vaker, zo’n droge winter, dus de Italianen zijn de koningen van de sneeuwkanonnen. Ook in Aosta blijken ze dat goed te kunnen want de pistes zijn briljant. Wel wat aan de harde kant maar op een paar plekjes na geen ijs en prima grip, zelfs op onze brede ski’s! Onze smalste ski’s zijn nog altijd 108mm onder de voet dus dat zegt wel wat.

Rustige pistes en stralende zon – foto Aimee
Overal fijne terrasjes in Monterosa ski – Foto RP

Het is echt prachtig weer en we cruisen heerlijk over de rustige pistes van Champoluc richting de verbindingslift naar Gressoney. Dat is nog een echte ouderwetse kuitenklapper stoeltjeslift. Ook wel echt Italiaans. Veel liften zijn modern, maar op sommige plekken vind je nog oude liften. Zittend in het zonnetje vinden wij het niet erg. Aan de kilometers skiën komen we vandaag toch wel en de zon schijnt.

De andere kant is dat de dagpas voor zo’n groot skigebied slechts tussen de 38 en 62 euro kost (afhankelijk van hoog/laag seizoen en online is goedkoper). Omdat we echt overal stoppen voor de heerlijke Italiaanse koffie (espresso voor een euro!) en voor lunch hebben gereserveerd aan de Champoluc kant, komen we er vandaag niet aan toe om ook naar Alagna te skiën. Ach.. morgen weer een dag!

Naar Alagna

De volgende ochtend besluiten we met de auto naar de Frachey lift te rijden: dat scheelt zeker drie kwartier skiën richting de verbindingslift, want we willen vandaag naar Alagna skiën. En aangezien we vandaag na het skiën in de auto stappen richting onze volgende bestemming is het wel zo gemakkelijk dat de auto dan ook direct klaarstaat.

De Frachey lift blijkt een soort steil treintje te zijn dat razendsnel de berg op rijdt. Vanaf daar is het nog maar twee liften richting Gressoney, vanaf waar je richting Alagna kunt. Top tip is de dalafdaling richting Gressoney: kies daar de zwarte piste, links langs het huisje.  Het is een prachtige steile hang die tussen de bomen door slingert. Omdat het grootste deel noordhelling is, heb je hier geen last van smelt sneeuw en ijs. Deze steile piste kun je echt met mach 3 naar beneden knallen zonder bang te zijn op een whipe out, maar vergeet niet om je heen te kijken!

Heerlijke zwarte piste op weg naar Gressoney – foto Aimee

Alagna, dat dus twee valleien verderop ligt, blijkt in de wolken te liggen.  Dat levert echt supermooie plaatjes op. We skiën ook even de mist in, waar het zelfs een beetje sneeuwt en het tien graden kouder aanvoelt. Na alle zonneschijn zijn we dit niet meer gewend. Gelukkig hebben we onze Photochromatic Julbo skibrillen op waardoor we zonder brillenwissel door kunnen skiën.

Echt wel ideaal dat ze vanzelf van kleur veranderen en meer licht doorlaten als we de mist inskiën! Maar ook al is ons zicht prima, we besluiten dat we de zon fijner vinden dus we skiën gauw weer terug richting Champoluc, om daar lekker in het zonnetje te lunchen.

Alagna ligt verstopt in de mist! – Foto Aimee

Champoluc in het kort

Champoluc blijkt een heerlijk gezellig plaatsje te zijn. Niet te druk, weinig niet-Italiaanse toeristen. Prima voor gezinnen. Heel veel leuke restaurantjes. Het dorp is opgezet dat je overal kunt komen met de auto, maar het is allemaal éénrichtingverkeer. Heb je je bestemming gemist, moet je dus het hele rondje opnieuw doen! Achterin het dorp, vlakbij de lift, is een grote parkeerplaats waar je ook legaal met een camper kunt staan.

De smikkeltips

Eén van de goede redenen om in Italië te gaan skiën is het eten. De top smikkeltips in Champoluc zijn als volgt: best burger in town vind je bij Sans Souci, met het hele gezin racletten of fonduen doe je in Le Petit Cocq (wel een stukje lopen door het park richting het noorden) en de lekkerste steak eet je bij Il Balivo.

Lunchen op de piste met weids uitzicht doe je bij Campo Base, een restaurant gerund door een Nepalees. Herkenbaar aan de typisch Nepalese vlaggetjes. Of bij Belvedere, met een klein terras met uitzicht op een woeste helling waar naar men zegt vaak gemzen te zien zijn. Neem daar het menu van de dag (drie gangen) dat de chef daar persoonlijk komt uitleggen.

Meer informatie over Monterosa en Champoluc vind je op visitmonterosa.com/en/

Beneden in het dal is het al lente

Cervinia

Na de laatste afdaling in Champoluc stappen we de auto in richting de volgende bestemming van onze Aostaanse skisafari: Cervinia.  We snijden een stuk af door de Col du Joux te nemen naar het volgende dal, Valtournenche. Een mooie route vanaf Brusson naar Saint Vincent en bij mooi weer een aanrader.  Cervinia ligt helemaal aan het einde van de vallei, voorbij het plaatsje Valtournenche dat ook onderdeel is van het skigebied.

Het is een totaal ander plaatsje dan Champoluc, veel meer een skistation en ligt op 2000 meter, ongeveer op de boomgrens.  Het is wat mondainer dan Champoluc, met veel meer internationale toeristen. Meer en duurdere winkels en ook meer te doen. En natuurlijk de connectie met het skigebied van Zermatt, waardoor je er het gehele jaar door kunt skiën.

Wij rijden Cervinia in, gedomineerd door de Monte Cervino – foto Aimee

Grensskiën

Vanuit Cervinia nemen we drie liften omhoog richting Plateau Rosa, op 3400 meter. Daar sta je op de grens van Italië en Zwitserland. Let wel op of je een internationale skipas hebt, want als je richting Zermatt skiet kun je anders niet terug zonder ter plekke een hele dure dagpas te moeten kopen. Fun fact: dezelfde skipas is in Zermatt een stuk duurder dan in Cervinia! En toch kunnen wij gewoon onbeperkt gebruikmaken van de übermoderne snelle liften in Zermatt.

Cabine naar Plateau Rosa – Foto Aimee

Blikvanger is en blijft de Matterhorn, oftewel de Monte Cervino, de bergtop waarnaar de toblerone chocolade is gemodelleerd. Waar je ook skiet, zowel aan de Italiaanse kant als aan de Zwitserse kant, je kunt er eigenlijk niet omheen. Ook aan de Zermatt kant zijn de pistes, ondanks het gebrek aan verse sneeuw, prima in orde. Het is wel wat drukker dan in Champoluc, maar ook hier hoeven we nergens te wachten.

We skiën richting het dorp Zermatt via de Schwarzsee kant. Je skiet daar eigenlijk direct onder de majestueuze Matterhorn piek door. Het is een prachtige dalafdaling waar je het laatste stukje door het bos gaat voordat je door het dorpje Furi heen skiet, dat bezaaid is met heerlijke terrasjes.

We proberen er een cappuccino, en alhoewel deze niet slecht is, is 5 Frank (= op het moment 5 Euro) voor een bakje wel even slikken. Ter vergelijk: aan de andere kant in het gebied van Cervinia kost het twee euro! Vanuit Furi kunnen we kiezen of we de lift richting Riffelberg nemen of terug richting Italië. Lastige keuze want vanaf Riffelberg ski je makkelijk naar het allermooiste restaurant terras van de Alpen: Chez Vrony.

Mooiste vanwege de ligging in het mini gehuchtje Findeln en het uitzicht op die bekende bergtop. Moet je wel een extra hypotheek afsluiten als je er ook wilt lunchen, maar als je er alleen wat drinkt heb je hetzelfde uitzicht.

Culinair lunchen

Aangezien wij een lunchreservering hebben in misschien wel het beste piste restaurant van Cervinia kiezen we voor Italië en nemen we de liften weer omhoog richting de Klein Matterhorn op 3900 meter. Bij aankomst moet je een tunnel doorlopen om aan de andere kant van de top op de ski’s te kunnen stappen. Op die hoogte is de lucht een stuk ijler en overal staan bankjes voor het geval iemand buiten adem of duizelig raakt.

On top of the world!

Eenmaal weer buiten staan we op 3900 meter wel echt on top of the world. Vanaf daar kun je echt fantastisch lange afdalingen maken: richting Zermatt (2300 hoogtemeters), richting Cervinia (1900 hoogte meters) of richting Valtournenche (2200 hoogtemeters).  Wij glijden richting restaurant Bontadini, waar we gereserveerd hebben. Dat lijkt op het eerste gezicht een standaard zelfbedieningsrestaurant. Maar insiders weten dat je even doorloopt, de trap af richting het “echte” restaurants. Met tafel linnen, obers en een geweldige menu- en wijnkaart. En relatief zeer betaalbaar. Zeker als je net 5 euro voor een kop koffie hebt betaald!

Na Champoluc en Cervinia is onze skisafari nog niet klaar. Vanuit Cervinia rijden we verder naar het westen, richting La Thuile en Courmayeur. Dat reisverslag is voor deel 2!

Cervinia in het kort

Cervinia is weer heel anders dan het familievriendelijk Champoluc. Veel internationaler. De hoge ligging en de connectie met het Glacier Paradise van Zermatt maakt het dorp erg sneeuwzeker. Super verrassing B&B is Mollino Rooms. Gelegen in een vreselijk uitziend jaren 60 flatgebouw, dat een monument schijnt te zijn omdat het door een bekende architect is gebouwd. De verrassing: het ligt vlakbij de lift en van binnen is het super mooi gerenoveerd in mountain style. Voor de camperaars: Vlak voor de tunnel, buiten het dorp kun je terecht met de camper op de camperplaats.

Cervinia by night – foto Aimee

De smikkeltips!

Ook in Cervinia kun je heerlijk eten. Aperitief neem je bij Casa Montana in de hoofdstraat. Een goede raclette vind je bij Metzelet. Daarnaast vind je net buiten Cervinia twee echt goede restaurants, een omweg waard. Daar moet je alleen dus wel de auto voor pakken: Restaurant Alpage en Restaurant La Luge. Reserveren is aan te raden (reserveren in het Italiaans: Prenotare).

Op de piste lunch je dus culinair bij Bontadini. Erg populair is het grote terras van Chalet Etoile. Daar heb je zonder reservering geen kans. Het eten is ook daar erg goed maar met mooi weer zit het stampvol en kan het wat lang duren allemaal. Een simpele maar heerlijke (pasta)hap haal je bij Gran Sometta. De wc daar is wat primitief maar de lokale berghond maakt veel goed.

Meer over het internationaal georiënteerde Cervinia vind je op cervinia.it/en

(Visited 59 times, 1 visits today)